Kijkjes in een mooi werk over Chili written by Marie Robinson Wright
M >>
Marie Robinson Wright >> Kijkjes in een mooi werk over Chili
Kijkjes in een mooi werk over Chili
Marie Robinson Wright
Aan de vrouwen van Chili draagt "met waardeering en bewondering van
haar uitstekende hoedanigheden van geest en hart" de schrijfster, Marie
Robinson Wright van Philadelphia, haar groot werk _The Republic Chile_
op. Het rijk uitgemonsterde en keurig uitgegeven boek is tegelijk te
Philadelphia en te Londen verschenen. Het geeft geen reisverhaal,
maar behandelt in een reeks van aangenaam geschreven hoofdstukken
Chili's geschiedenis en zijn tegenwoordige regeering, zijn financieelen
toestand en zijn buitenlandschen handel, de hoofdstad Santiago en den
heuvel Santa Lucia, de vloot, het leger, het maatschappelijk leven,
kerken en liefdadigheid, de universiteit met bibliotheken en musea, het
opvoedingssysteem en den stand van schilder- en van beeldhouwkunst. 't
Gewaagt van de drie zones, waarin Chili natuurkundig en dus ook uit het
oogpunt van zijn flora en zijn fauna te verdeelen valt, van Valparaiso,
Chili's eerste handelsstad, en van het chileensch Trouville, 't mooie
Vina del Mar; van 't leven op een hacienda, van de wijnproductie en
de warme bronnen; van den rijkdom aan salpeter en de Lota-mijnen;
van de opbrengst aan delfstoffen als goud, zilver, ijzer, koper en
steenkool; van spoorwegen en stoombooten, landbouw en industrie, en ten
slotte van die verre zuidelijke streken in de langgerekte republiek,
Patagonie met Punta Arenas, Vuurland en het eenzame Juan Fernandez.
Wellicht zal het den nederlandschen lezer thans in 't bijzonder
interesseeren, nu onze minister van Waterstaat er vertoeft om het
land van zijn bekwaamheid als ingenieur te doen profiteeren volgens
een reeds vroeger aanvaarde verplichting.
Wij zullen hier en daar een greep doen uit de rijke stof, die door
de schrijfster degelijk wordt beheerscht, hetgeen niet behoeft
te verwonderen, daar zij vijf jaren aaneen in Zuid-Amerika heeft
gereisd en groote tochten ondernam van den Boven-Amazonenstroom tot
Vuurland en van den Atlantischen tot den Stillen Oceaan. Driemaal deed
zij de spoorreis over de Andes-keten, en Chili trok haar van alle
zuid-amerikaansche republieken het meest aan. Daar bracht zij twee
jaren door en leerde er land en volk grondig kennen. Beide looft
en prijst zij, en het is haar een genoegen, heldere denkbeelden
over de interessante republiek en hare hulpmiddelen te mogen helpen
verspreiden.
"Het doet mij leed," schrijft zij, "dat ik, bij de meer uitvoerige
behandeling van Chili's jongste geschiedenis, genoodzaakt ben geweest,
de annalen van het roemrijke verleden kort samen te vatten. Daar toch
vindt men in overvloed bewijzen van groote dapperheid en opofferende
vaderlandsliefde. Dezelfde karakteristieke trekken, die het chileensche
volk sterk hebben gemaakt in de verdediging zijner nationale rechten,
hebben het ook de geestkracht en den ondernemingslust gegeven, die
noodig zijn, om het in handel en industrie tot een flinke hoogte te
brengen, en er is thans geen enkel land in Zuid-Amerika, waar de
algemeene vooruitgang gestadiger en degelijker is geweest en waar
men zijn betrekkingen tot buitenlandsche machten op beter en hechter
grondvesten heeft kunnen bouwen. Wat intellectueele beschaving betreft,
nemen de Chileenen een eereplaats in onder de meest vooruitstrevende
volken, en hun geleerden, schilders en beeldhouwers hebben zich naam
gemaakt in de hoogste kringen van Europa en Amerika."
De vooruitzichten zijn bijzonder gunstig voor den vooruitgang van
de republiek, want de twintigste eeuw ziet den handel meer dan ooit
vroeger zijn aandacht wijden aan de havens van den Stillen Oceaan.
Aan Santiago valt daarbij een eereplaats ten deel, de mooie stad
met haar witte kroon van de Andesketen. De stad ligt in prachtige,
schilderachtige omgeving, als een koningin in een reuzenkasteel,
haar door de natuur geschonken, waar de muren van het onvergankelijke
graniet der Cordillera's opgetrokken zijn, en torens tot den hemel
reiken. Zij ligt open naar het Westen, als wachtte zij van daar de
groote toekomst, die in dit land van belofte voor haar is weggelegd. En
van de met sneeuw bedekte toppen achter haar, die scherp tegen den
blauwen hemel afsteken, ligt zonder eenige begrenzing voor haar de
eindelooze Stille Oceaan, waar geen vreemde mogendheid de uitbreiding
van Santiago's handel kan beperken.
Het is onmogelijk, zich een liefelijker beeld te denken, dan dat,
hetwelk Santiago aanbiedt bij zonsondergang, als de stad gehuld is
in het purper en het goud, dat op de Andestoppen straalt en hen
in warmen gloed zet. Er is iets, dat aan Rome herinnert in deze
chileensche hoofdstad met haar mooien heuvel, die als een koepel van
een kerk midden uit haar straten oprijst; maar terwijl de heuvel van
het Quirinaal de macht en 't aanzien van het koningschap belichaamt,
is Santa Lucia, de tegenhanger in Chili, een symbool van den geest der
vrijheid, heerschend in de Nieuwe Wereld. De paleizen van grooten en
van souvereinen worden hier vervangen door de schouwburgen en villa's
van een vrij en onafhankelijk volk.
De Alameda is wel genoemd de Via Appia van dit westersch Rome. In de
dagen, toen Chili nog een spaansche kolonie was, hielden de spaansche
gouverneurs langs dien weg hun luisterrijken intocht. Later, in de
opwindende dagen van den vrijheidsoorlog, hadden de overwinnende
legers hier het eerst de welkomstgroeten in ontvangst te nemen, die
hen later zoo overvloedig op de openbare pleinen der hoofdstad te
beurt vielen. Langs dezen weg, die nu de mooiste straat der stad is,
treedt ook tegenwoordig de bezoeker Santiago binnen in de schaduw
van statige boomen, voorbij fonteinen en standbeelden en prachtige
bloemen, bekoord door het fraaie uitzicht op den Santa Lucia met de
trotsche toppen der Cordillera's op den achtergrond.
Die Alameda de las Delicias is bijna drie mijlen lang en
driehonderdvijftig voet breed en loopt door de stad van Santa Lucia
naar het Centrale Spoorwegstation. Van een eenvoudigen straatweg
naar de oude koloniale hoofdstad is het de voornaamste boulevard der
moderne metropolis geworden, die zelve zich uit een plaatsje van weinig
beteekenis tot een der meest bekoorlijke steden heeft ontwikkeld.
Gelegen in het dal der Mapocho, heeft de stad vroeger veel te lijden
gehad van de overstroomingen der rivier, en eerst door de geheele
kanalizatie van het rivierbed, die in 1891 werd voltooid, is de
tegenwoordige toestand verkregen, waardoor men voor alle invloeden
van storm en overstrooming veilig is.
Voor den onafhankelijkheidsoorlog, waardoor op 18 September 1810
de republiek Chili werd geboren, was Santiago niet veel meer dan
een spaansch dorp, bestaande uit huizen van een verdieping en met
geen andere aantrekkelijkheid dan een paar pleinen en parken en de
particuliere patio's, bekend uit alle spaansche steden. De plaats
breidde zich gaandeweg uit, maar altijd naar gewone, traditioneele
begrippen, zonder de moderne verbeteringen der steden van den nieuweren
tijd. De Alameda de las Delicias was gedurende twee eeuwen na de
verovering een gewone weg, belangrijker wordend, naarmate de stad
zich uitbreidde, maar toch geen drukke verkeersweg.
Daar zij was aangelegd in de oude bedding van een tak der Mapocho,
werd de Almeda met haar moerassigen grond en oneffen bestrating eerder
beschouwd als een gebrek dan als een sieraad van de hoofdstad. De
mooiste straat in koloniale tijden en de populaire wandelweg was de
Paseo de la Piramide, die langs den zuidelijken oever van de Mapocho
liep en door treurwilgen werd ingesloten.
Eerst in de laatste helft der 19de eeuw had de verandering plaats,
die de hoofdstad maakte tot de tegenwoordige moderne stad met
haar welonderhouden parken en pleinen, mooie huizen en breede
straten. Tijdens het bestuur van Don Benjamin Vicuna Mackenna werd
de stad in 1872 geplaveid en kreeg een betere verlichting, de Alameda
werd verbeterd en de Santa-Luciaheuvel werd van een onoogelijke hoogte
midden in de stad tot een heerlijk park. Deze verbeteringen waren
noodzakelijk geworden met den nieuwen stijl en de sierlijkheid der
rijke woonhuizen en der openbare gebouwen van de stad. Het vroegere
verouderde voorkomen maakte plaats voor de moderniteit van heden,
en de toewijding der bewoners van Santiago aan hun stad bleek uit tal
van particuliere bijdragen voor de verfraaiing. Zoo is het geliefde
Cousino-park genoemd naar den schenker, den millionair Don Luis
Cousino, die den grond aan de gemeente afstond.
Het groote fortuin van de Cousino's werd een halve eeuw geleden
gemaakt, toen de chileensche kapitalist de groote onderneming waagde
van de exploitatie der steenkolenmijnen in het Lotadistrict. Lota
is nu het bloeiende middelpunt van een nijverheidsgebied en ligt
dichtbij Coronel in de provincie Concepcion. De geheele bevolking
van 15000 zielen is afhankelijk van de mijnmaatschappij, waarin de
familie Cousino den toon aangeeft. Senor Don Matias Cousino kocht in
1852 den grond en begon terstond op energieke wijze de exploitatie.
Bij zijn dood, tien jaren later, ging de bezitting over in handen
van zijn zoon Senor Don Luis Cousino, die in 1869 de maatschappij
Esplotadora de Lota y Coronel stichtte en 't grootste getal aandeelen
zelf behield. Hij bracht de onderneming tot groote hoogte en veel
andere giften aan de gemeenschap getuigen, met het Cousino-park
in Santiago, van zijn mildheid. Zijn weduwe Senora Dona Isidora
Goyenechea de Cousino kocht alle aandeelen op en werd eenige
eigenares van de Lota-maatschappij. Zij was een tijdlang de rijkste
vrouw ter wereld, toen haar vermogen op zeventig millioen dollars
werd geschat. Eenige malen stak zij den oceaan over, om eenigen
tijd in Europa te vertoeven, en in Parijs was zij als de door de
fortuin meest begunstigde vrouw bekend, terwijl de _Rue Lota_ naar
haar werd genoemd. Met haar eigen schip deed Senora Cousino een reis
naar het Oosten, bezocht de Sandwich-eilanden en werd overal als een
koninklijke gast gehuldigd. Bij haar dood in 1898 werd de bezitting
geerfd door haar zes kinderen, van wie vier, Don Alberto, Don Carlos,
Dona Adriana en Dona Loreto, nog in leven zijn.
Het stadje Lota ligt op vijf mijlen afstands van Coronel, waarmee het
door den Arauco-spoorweg is verbonden. Het is verdeeld in Lota Alta
of de bovenstad en Lota Abajo, de benedenstad aan den voet van den
heuvel. De bovenstad behoort aan de Compania Esplotadora de Lota,
en men vindt er de kantoren der maatschappij met de woningen der
beambten en werklieden, hun kerk en school en hospitaal. In een kleine
dagreis per spoor bereikt men Santiago, waar de eigenaars der mijnen
resideeren. Maar te Lota hebben zij ook een paleisje met een prachtig
park, dat met de grootste zorg wordt onderhouden, in tegenstelling
met het huis, dat na den dood van Senora Cousino onbewoond is gebleven.
Maar om op Santiago en de Alameda terug te komen, die rijweg is de
bekoorlijkste van alle zuid-amerikaansche _paseo's_. Men ziet er
niet enkel weelde en mooie equipages, maar tevens is men er als in
een museum, in Chili's _Ruhmeshalle_, niet besloten binnen vier muren,
maar in de open lucht tusschen boomen en bloemen, fonteinen en vijvers,
waar de vogels zingen, en de kinderen spelen en waar de geschiedenis,
verteld in brons en marmer, de menschen kan opwekken tot moed en
vaderlandsliefde. Het edele voorbeeld van de vereeuwigde helden
wordt er den jongen menschen voortdurend voor oogen gesteld. Niet
alleen als werken van kunst wekken de standbeelden en de monumenten
van de Alameda onze bewondering, maar ook als blijken van de nobele
gevoelens der natie, die dit middel heeft te baat genomen, om haar
dankbaarheid te toonen jegens de helden uit de bevrijdingsoorlogen.
Een trotsch monument herinnert aan den grooten generaal Don Jose
San Martin, te paard voorgesteld met het vrijheidsvaandel in de
rechterhand. Het werd onthuld op 5 April 1863, den verjaardag
van Maipo. Die slag van 5 April 1818 in de vlakte van Maipo,
eenige mijlen ten zuiden van de hoofdstad, was een schitterende
overwinning van de republikeinen over het leger van de royalisten,
tegen wie de jonge republiek zich telkens weer had te wapenen na
haar onafhankelijkheidsverklaring.
Een ander ruiterstandbeeld is er verrezen voor den grootsten
chileenschen generaal Bernardo O'Higgins, wiens dapperheid en
vaderlandsliefde indrukwekkend gesymbolizeerd zijn in de bronzen
figuur, die hem voorstelt, zooals hij Rancagua ontruimt met zijn
dappere soldaten en, wijzend op Santiago, uitroept: "Wij geven noch
vragen kwartier". Het standbeeld staat op een voetstuk van wit
marmer met basreliefs, die de belangrijkste gevechten weergeven,
waarin generaal O'Higgins zich onderscheidde.
De vader van dezen generaal was Ambrosio O'Higgins, die in 1788 door
den koning van Spanje tot gouverneur van Chili benoemd was. Hij zocht
niet, als zijn voorgangers, onophoudelijk zijn voldoening in den
strijd tegen de Araucaniers, de oorspronkelijke bevolking, maar hij
trachtte den vrede te bevestigen en het land tot bloei te brengen. Hij
was Ier van geboorte, ging naar Spanje en vestigde zich als koopman in
Peru. Hij verloor zijn vermogen, stelde zich in dienst des konings en
ging naar Chili. Zijn eerlijkheid en zijn scherp verstand vestigden
de aandacht op hem en in een voorspoedige carriere bracht hij het
tot het ambt van gouverneur van Chili. De noordelijke provincies,
die over 't geheel verwaarloosd waren, bezocht hij in persoon, deed
onderzoekingen in de woestijn van Atocama en keerde over Valparaiso
naar Santiago terug.
Als gevolg van die reis kwamen er een groot aantal verbeteringen in
den toestand der Indianen, die op het land of in de mijnen werkten, en
zijn uitstekend bewind bleek ook uit de wijze, waarop hij tegenover de
Araucaniers handelde. Hij verbood, hen zonder noodzaak aan te vallen
of te beleedigen, en ofschoon de troepen ten allen tijde op oorlog
voorbereid moesten zijn, mocht geen poging worden verzuimd, om den
vrede te handhaven. De uitslag bewees, hoe beleidvol zijn optreden was,
want de Indianen, die zagen hoe de Spanjaarden op hun hoede waren,
zorgden wel, dat ze geen aanval waagden, en in het veilige gevoel,
dat hen geen gevaar dreigde, als zij zich rustig hielden, begonnen ze
hun velden ijverig te bebouwen. Aan de openbare wegen liet gouverneur
O'Higgins groote zorg besteden, en tegen de overstroomingen der
Mapocho beveiligde hij de hoofdstad door doelmatig aangebrachte dammen.
In 1789 vaardigde hij een decreet uit, waarbij alle indiaansche slaven
vrij werden verklaard, hoewel hij de landeigenaars daardoor tegen
zich in het harnas joeg en zich den haat op den hals haalde van de
eigenaars der mijnen, waarin slaven werkten. Het belastingstelsel
onderging allerlei verbeteringen en altijd was hij in de weer, den
weg te effenen voor handel, industrie en landbouw.
De hoogste positie, die de kroon in die dagen in Zuid-Amerika te
vergeven had, viel hem als blijk van de bijzondere tevredenheid
des konings in 1795 ten deel, namelijk den post van onderkoning van
Peru. Het volgend jaar reisde hij naar Lima, maar hij liet in zijn
geliefd Chili zijn zoon Bernardo achter, die bestemd was, zulk een
groote rol te spelen in de latere politiek van Chili. Hij toch werd een
der helden uit den vrijheidsoorlog, een der stichters van de republiek.
Want door de grootere ontwikkeling in staatkundig en maatschappelijk
opzicht, door het betere onderwijs vooral, begonnen de Chilenen
het onrecht in te zien van sommige spaansche regeeringsmaatregelen
en van het dwangstelsel, dat hen in allerlei richting hinderde in
den vooruitgang. Bemoeilijking van den handel, overmatige invloed
van de geestelijkheid, verbod van lectuur, gemis aan vrijheid van
drukpers en van vereeniging en vergadering, dat alles werd meer
en meer als een belemmering gevoeld, vooral na de ontroerende
voorbeelden van den vrijheidsoorlog in Noord-Amerika en van de
Fransche Revolutie. De begeerte, om meer te weten te komen van de
buitenwereld, was een prikkel tot het koopen der verboden lectuur
en gaf tevens een verklaring van de populariteit der _tertulia's_
of avondbijeenkomsten in de salons der personen, die in Europa hadden
gereisd en op de hoogte waren der nieuwere vrijheidsbegrippen, en de
boeken der bekende fransche schrijvers uit die dagen hadden meegenomen.
Tijdens de regeering van gouverneur Carrasco, van 1808 tot 1810,
nam de zucht naar vrijheid een meer definitieven vorm aan; Napoleons
verovering van Spanje en de gevangenneming van den spaanschen koning
steunden den geest van vrijheid, en op 16 Juni 1810 moest gouverneur
Carrasco afstand doen, vooral onder pressie van den _cabildo_ of het
stadsbestuur van Santiago.
Er werd een Administratieve Raad gekozen, die de regeeringsmacht zou
in handen hebben tot een Nationaal Congres bijeengekomen zou zijn,
om den regeeringsvorm vast te stellen. De openbare vergadering van 18
September 1810 besloot tot de instelling van de Junta Gubernativa,
de eerste onafhankelijke regeering in Chili. Een dag van glorie
was die geboortedag der republiek, de opwinding in de hoofdstad
was buitengewoon groot en de straten waren vroolijk en luidruchtig,
overstraald door de lichten der illuminatie, omgolfd door de tonen
der muziek.
Enkele maanden later kwam het eerste Congres, de vergadering van
afgevaardigden des volks bijeen. Onder de allereerst aangenomen wetten
was er een tot volkomen afschaffing der slavernij. Tot eer van de
jonge natie zij gezegd, dat nu zij zelve als volk haar vrijheid had
gewonnen, zij ook begeerde, dat ieder individu op chileenschen grond
de rechten van de vrijheid zou genieten. Van de republiek Chili kan
evenals van Mexico worden gezegd, dat haar vrije vlag nooit boven
slaven heeft gewapperd.
Toen kwam er echter, als zoo dikwijls in dergelijke omstandigheden,
persoonlijke eerzucht in het spel, die dreigde, 't goed begonnen werk
te storen, en bij de twisten en oneenigheden tusschen de leiders van
het burgerlijk bestuur moest men gedoogen, dat een spaansch leger
uit Peru een inval deed, om het land voor Spanje te heroveren.
In Januari 1813 landden de spaansche troepen onder generaal Pareja te
Ancud op het eiland Chiloe en spoedig daarna te Valdivia, Talcahuano en
Concepcion. In die meer afgelegen provincies waren, als indertijd in
de Vendee in Frankrijk, veel royalisten, die zich nu bij de spaansche
troepen voegden en op de hoofdstad Santiago aantrokken.
Doch de voortgang van Pareja's leger werd gestuit te Chillan door het
patriottenleger onder generaal Carrera, die al spoedig als bevelhebber
plaats maakte voor O'Higgins, wiens talenten de aandacht van de Junta
hadden getrokken en die in den strijd veel steun vond bij kolonel Juan
Mackenna. Er werd een wapenstilstand gesloten, dat men de legers zou
kunnen reorganizeeren, en op 1 October 1814 werd de strijd hervat met
het gevecht bij Rancagua, toen het spaansche leger, dat versterking
uit Peru had gekregen, onder generaal Osorio tegen O'Higgins optrad
met een vijfmaal zoo sterke macht als die der republiek.
Er volgde een noodlottige nederlaag na een tweedaagschen strijd en
een heftige verdediging van Rancagua, waarna de spaansche generaal
er zijn intocht hield en O'Higgins zijn beroemden terugtocht ondernam.
Weldra volgde de intocht der Spanjaarden in Santiago en drie jaren
lang heerschten zij opnieuw over Chili.
Die jaren waren echter de voorbereiding voor nieuwen strijd, en de
beide helden O'Higgins en generaal San Martin wachtten met andere naar
Argentinie uitgewekenen den geschikten tijd af. In Januari 1817 begon
de marsch over het Andesgebergte door den Uspallata-pas. Het was een
lange en moeilijke tocht, maar de uitslag van het op 12 Februari bij
Chacabuco geleverde gevecht beloonde de moeite. Daar werd opnieuw voor
de vrijheid van Chili met schitterenden uitslag gestreden, en het daar
gegeven voorbeeld werkte aanstekelijk in de andere zuid-amerikaansche
kolonien van Spanje.
Nog eenmaal probeerde een spaansch leger de herovering. Generaal San
Martin trok het tegemoet, en in de vlakte van Maipo, enkele mijlen
ten zuiden van de hoofdstad, had op 5 April 1818 een beslissende slag
plaats, die den royalisten alle verdere kansen ontnam.
O'Higgins was tot Opperdirecteur van den Regeeringsraad benoemd en
leidde het bestuur in Chili tot 1823. Hij was met dictatoriale macht
bekleed en velen verweten hem een te eigenmachtig optreden. De held
van Chacabuco moest zijn gezag neerleggen en generaal Ramon Freire
nam zijn plaats in. O'Higgins stierf een jaar later. Een praalgraf op
het kerkhof van Santiago wijst de plaats aan, waar hij ligt begraven
en, zooals wij reeds zagen, op de Alameda van Santiago staat zijn
ruiterstandbeeld.
Het eigenlijk middelpunt der hoofdstad is de Plaza de la Independencia
of de Plaza de Armas. Bloemen vormen het centrum van dat plein,
waaromheen men fraaie gebouwen ziet als de kathedraal en het
bisschoppelijk paleis, het postkantoor, 't gemeentehuis, telegraaf
kantoor e.a. Twee der zijden worden door winkels ingenomen, onder hun
schilderachtige booggalerijen, de _portales_. 's Avonds wandelt er
de deftige chileensche wereld, zooals in andere spaansche landen ook
de _paseo_ of wandeling op de Plaza een dagelijksch verschijnsel is.
Een droevige gebeurtenis had op het plein plaats in 1863, toen een
vreeselijke brand de Compania-kerk verwoestte, bij welke gelegenheid
meer dan duizend menschen, voor het meerendeel vrouwen, omkwamen. De
stad is meermalen door hevige branden geteisterd. Nog pas, op 27
Februari van dit jaar 1906, brandde de schouwburg van San Martin af,
waarbij ook eenige dooden vielen te betreuren en honderden gekwetst
werden.
Het nieuwe Congresgebouw, ook aan het plein, werd juist gebouwd,
toen de brand der Compania-kerk voorviel; toen het in 1875 voltooid
was, besloeg het mee de terreinen, die door den kerkbrand vrijgekomen
waren. Het is een der fraaiste openbare gebouwen van Zuid-Amerika. Ook
het Caso de Moneda, de Munt, maakt veel indruk, vooral door zijn
grootte; het bevat ook de gouvernementszalen voor den ministerraad. De
vele _patio's_ of binnenpleinen, tusschen de afzonderlijke gedeelten,
verminderen de strenge somberheid van het zware monumentale gebouw.
Rondom Santiago zijn allerlei aardige plaatsjes gelegen, die men per
tram of trein of omnibus bereiken kan. Apoquindo is allerliefelijkst
gelegen als in een nestje tusschen heuvels. San Bernardo is een
schilderachtig stadje te midden van weiden en dicht genoeg bij de
Cordillera's, om 't genot te hebben van den koelen bergwind. Ook
Santiago, dat bijna twee duizend voet boven het niveau der zee ligt,
kan zelfs midden in den zomer koel zijn, want de grootste bekoring
van Santiago is niet gelegen in de mooie huizen en de statige
openbare gebouwen, ook niet in de aangename omgeving, maar in de
onvergelijkelijke atmosfeer. Zoowel de winters als de zomers hebben een
prettige temperatuur, ondanks de dichte nabijheid van de Cordillera's,
die vele maanden van het jaar een zwaren mantel van sneeuw dragen en
welker hoogste toppen onder eeuwige sneeuw verscholen liggen.
Als een gulden lint omboordt Chili een groot deel van de kust
van Zuid-Amerika. Het is een verwonderlijk smal land, bijna drie
duizend mijlen lang en minder dan gemiddeld honderd mijlen breed. Uit
natuurkundig oogpunt biedt het de grootste verscheidenheid aan. In
't Noorden de groote, woeste salpeterdistricten, in Midden Chili
de prachtige, begroeide berghellingen met wijngaarden en heerlijke
oofttuinen, zonnige korenvelden, en in het Zuiden de woeste fjorden aan
de straat van Magellaens, met Vuurland en de verlaten eilandenwereld
er omheen.
Ook het klimaat van Chili biedt groote verschillen aan, niet enkel
doordien het zich over dertig breedtegraden uitstrekt, maar ook door
den invloed van de winden der Cordillera's en de zeestroomingen
van den Grooten Oceaan. In het Noorden wisselt de temperatuur het
geheele jaar door binnen een verschil van niet meer dan tien graden
Celsius. Er valt bijna geen regen ten noorden van 27 deg. Z.B., en in de
woestijn bij Tarapaca is de laatste hevige regenval bijna honderd
jaar geleden. Door zwaren dauw wordt echter de grond er nu en dan
bevochtigd. De koude stroom van den Zuid-Pacifischen Oceaan oefent
in den zomer een verkwikkenden invloed uit op de temperatuur, zoodat
de hitte nooit buitengewoon groot is.
In Midden-Chili is het klimaat gematigd en heerlijk; men kan juist
even de vier jaargetijden onderscheiden, maar groote verschillen
merkt men niet. Het regent alleen een weinig in den winter, en sneeuw
valt zelden elders dan op de bergen. Zoowel aan de kust als in het
binnenland is het land zeer gezond.
In het Zuiden regent het in iedere maand en den grootsten tijd van
het jaar is de lucht bewolkt. Vooral geldt dit voor de streek rondom
Valdivia en Chiloe; in de Straat van Magellaens sneeuwt het veel in
den winter, die van Mei tot Augustus duurt.
Door de geheele lengte van het land strekken zich twee bergketenen
uit, het Andesgebergte en het Kustgebergte, met kortere transversale
ketenen daartusschen, zoodat als men het groote centrale dal volgt,
dat van het Noorden naar het Zuiden loopt, men dat in een aantal
kortere dalen gesplitst vindt, terwijl dwarsdalen van de Andes af de
zee bereiken. Het resultaat is een groote verscheidenheid van heuvels
en dalen.